Handelsbeurs Antwerpen, een unieke locatie

Er is nog maar weinig wat we niet weten van de Handelsbeurs en de Schippersbeurs te Antwerpen.

De Antwerpse handels bloeide sinds het midden van de 15de eeuw en vele buitenlandse handelaars kwamen zich in Antwerpen vestigen. De handelaars wilden zich beter organiseren en een gemeenschappelijke beurs als koopcentrum in het hartje Antwerpen drong zich op. De Oude Beurs in de Hofstraat werd door de Stad ontwikkeld.

De beurs activiteiten breidden zich verder uit en de bestaande beurs werd te klein. In 1531 ontwikkelde de architect Dominicus de Waghemakere, een nieuwbouw op twee grote eigendommen, het ‘Hof ter List’ en ‘den Engel’. De bouwmeesters konden in 1531 enkel teruggrijpen naar de bestaande handels- en lakenhallen maar lieten zich ook inspireren door de architecturale vormen uit Italië en Spanje. Oorspronkelijk kreeg de beurs slechts twee in-en uitgangen, in de Twaalfmaandenstraat en in de Borzestraat.  Hierdoor ontstond een verbinding tussen twee van de belangrijkste straten van Antwerpen, de Meir en de Lange Nieuwstraat. In een later stadium werd de Beurs ook toegankelijk via Korte Klarenstraat en de Israëlietenstraat.

De rechthoekige binnenplaats van maar liefst 51,5 m lang en 40 m vormde de kern. Het gebouw werd uiteindelijk opgetrokken in een Brabantse Laatgotische stijl, bestaan uit een rechthoekige open ruimte, omsloten door een zuilengalerij met een verdieping. De bouw van de beurs uit 1531 vormde een voorbeeld voor vele andere Europese beursgebouwen. Het was ‘de Moeder van alle beurzen’. De beurzen van Amsterdam, Londen en Rijsel werden naar haar voorbeeld gebouwd

In 1581 verwoeste een brand grotendeels de eerste verdieping. Stadsbouwmeester Paul Luydinckx stond in 1583 in voor een eerste renovatie. De eerste verdieping werd verhoogd en langs beide zeiden van het plein op het gelijkvloers werken kleine verkoopkamers ingericht.

In de 2e helft van de 16dfe eeuw stortte de handel ineen. De beurs kende meerdere levens zowel als stadsbibliotheek, Academie van Schone Kunsten, zetel van de Sint Lucas gilde en leende zich voor allerlei activiteiten zoals concerten, toneelvoorstellingen en lessen.

De heropbloei van de beurshandel in de 19e eeuw betekende ook voor de beurs een heropbloei. Om de massa handelaars en makelaars op te vangen, ook in slechte weersomstandigheden, werd een overkoepeling van de beurs overwogen in 1830. Het stadsbestuur besliste uiteindelijk in 1849 om het beursgebouw te overdekken. Er werd gekozen voor een moderne ijzerconstructie , naar ontwerp van de Luikse ingenieur Charles Marcellis. In 1852, 22 jaar later, werd de overkapping gerealiseerd .

Deze constructie verontruste het publiek en bracht een grote discussie over de stabiliteit van de constructie teweeg. Een brand op 2 augustus 1858 ontwikkelde een dermate hitte dat de ijzeren stutten smolten en de ijzeren constructie instortte. De gewelven van de galerijen, evenals de toren die de ingang flankeerde, stortten in. Slechts enkele arcaden bleven overeind.

Het vuur vernietigde het hele gebouw, renovatie was niet mogelijk. 

Op 20 november 1858 schreef het stadsbestuur een openbare wedstrijd uit. De voorwaarden, een beurs bestaande uit opnieuw twee verdiepingen en alle aangewende materialen moesten onbrandbaar zijn.

Ondertussen sloeg een circus de tenten op, op de terreinen van de beurs, op in afwachting van de heropbouw.

Op 11 september 1859 viel uiteindelijk de beslissing omtrent de standplaats van het nieuwe beursgebouw. Omwille van financiële overwegingen werd ervoor gekozen om de oude plek te behouden. Een jaar later, op 11 juli 1860,  werd een tweede wedstrijd uitgeschreven,  met als resultaat vier nieuwe ontwerpen. De gemeenteraad koos op 16 februari 1861 voor het plan van Schadde te gaan. Na 10 jaar lang, ontwerp discussies, stond er op 27 juli 1868 niets meer de heropbouw van de beurs in de weg.  Op 24 augustus 1869 werd de eerst steen gelegd.

Zonder belangrijke wijzigingen werd het gebouw met het centraal plein, dubbele galerij en de bijruimten op de verdieping, inclusief de ijzeren dakconstructie, verwezenlijkt op een periode van drie jaar. Op 19 oktober 1872 werd de nieuwe beurs plechtig gehuldigd.

Het interieur ontwerp van Schadde greep terug naar zijn 16de eeuwse voorganger. Het hernemen van dezelfde stijl heeft een semantische, ideologische geladenheid. Voor de overkapping werd gekozen voorgietijzer, heel nieuw en revolutionair.

Schadde zijn archeologische kennis en voorliefde voor monumenten speelde een belangrijke rol in de keuze van de decoratie van de wanden, galerijen en dakconstructie. In de handelsbeurs werd het gietijzer in de burgerlijk architectuur geïntroduceerd niet alleen als structureel materiaal, maar - wat juist zo vernieuwend is - ook als decoratief bouwelement. De florale vormentaal van de ijzeren neogotiek en haar combinatie tot ranke structuren, zijn een prefiguratie van wat de art nouveau 20 jaar later zal teweegbrengen.

Voor de inrichting van de kamers op de eerste verdieping greep Schadde terug naar de neogotiek. De verschillende neogotisch schouwen,  schrijnwerk, plafonds en trapplaatsen vormen een waardevol en zeldzaam geheel.

Locatie 

De locatie van het beursgebouw is zeer opvallend, net omdat ze verscholen zit achter omliggende gebouwen en enkel vier smalle buitengevels aan de vier verschillende ingangen zichtbaar zijn. Deze buitengevels zijn uitgewerkt als poortgebouwen in laatgotische stijl.

In 1871 kocht de Stad ook nog het huis in de Israëlietenstraat 11 om dit integraal bij de beurs te voegen. Het huis werd zowel op de gelijkvloers als de eerste verdieping met de handelsbeurs verbonden. Het interieur onderging een decoratieve aanpassing.

De gehele omloop van de Handelsbeurs wordt in 1875 bekleed met eikenhouten lambrisering. Deze lambrisering integreert brievenbussen, zitbanken en schrijftafels. Rond 1879 komen boven deze houten lambrisering in de muurbogen van de galerij, wereldkaarten, geschilderd onder leiding van kapitein Ghesquière.

In 1891 werd in de Israëlietenstraat de arbitragekamer voor Granen en Zaden gebouwd naar ontwerp van Schadde. Vier jaar later, volgde een nieuwe uitbreiding. Het huis aan de Lange Nieuwstraat 16 wordt gekocht en gesloopt. Hier wordt de Fondsenbeurs ondergebracht in dezelfde neogotische stijl als de beurs. De gevel bestaat uit maar liefst drie bouwlagen in neogotische bouwstijl. Dit in tegenstelling tot de eerdere twee verdiepen waartoe de beurs zich beperkte. De grote rechthoekige zaal, van de Fondsenbeurs, is overdekt me een ijzeren overkapping met mozaïek vloeren en eikenhouten lambrisering tot wel tot 3 meter hoog.

De eerste verdieping beperkt zich tot de hoogte van de woning en een klein stuk van de aanbouw, de conciërgewoning bevond zich op de tweede verdieping, bijkomend had je hier de dakverdieping. 

In de Handelsbeurs zijn vanaf 1895 verschillende veranderingen aangebracht zoals het plaatsen van vier eikenhouten draaideuren, eikenhouten kantoortjes, de inrichting van een verkoopzaal en nijverheidskamer. In 1911 werd de stenen vloer onder de zuitelgalerij op het gelijkvloers vervangen door een parketvloer. In 1912 werd het hoekkantoor voor de Graanhandel toegevoegd.

In 1920 krijgt de Fondsenbeurs aan de Borzestraat een uitbreiding, aan de hand van het ontwerp van de Antwerpse stadsbouwmeester,Van Averbeke.

In 1921 werd de nieuwe Handelsrechtbank op de eerste en tweede verdieping ingericht gevolgd door een extra 17 kantoortjes in de hoek van de ingang van de Korte Klarenstraat in 1926.

In 1927 werden de gelijkvloers en eerste verdieping van de Lange Nieuwstraat 20 in gebruik genomen.

Op de eerste verdieping werden een heel aantal kamers voor de Handelsrechtbank ondergebracht, waaronder de bureau van de voorzitter, de nijverheidskamer die in rechtstreekse verbinding stond met de tweede verdieping, een verkoopzaal, bureau van de griffier,  getuigenzalen, verhoorzaal die twee verdiepingen inneemt.

Via 3 kleinere trappen en 1 grote is de tweede verdieping bereikbaar die geen handelsfunctie had. Aan de kant van de Borzestraat waren de woonvertrekken van de conciërge ondergebracht.

In 1932 wordt de handelsrechtbank overgebracht naar het gerechtshof. Hierdoor komen er kamers in de Handels- en Fondsenbeurs vrij. De Fondsenbeurs wordt gesuggereerd om er de schippers in te plaatsen.

Voor de tweede wereldoorlog was de Schippersbeurs de vestigingsplaats van de beurseconomie voor de Rijn- en Binnenscheepvaart.

Gedurende de tweede wereld oorlog liep de Handelsbeurs enige schade op. Alle ramen werden vervangen, het dak werk hersteld en de binnenmuren opnieuw bezet.

In 1951 krijgt de 'Dienst Regeling van de Binnenvaart' de toestemming van het stadsbestuur om de Schippersbeurs opnieuw in gebruik te nemen als bevrachtingslokaal. In 1986 ondergaat het interieur een volledige renovatie.

‘de Groote Robijn’ / Hotel du Bois

De geschiedenis van ‘den Grooten Robijn’ begint in 1562 wanneer Balthazar Schetz twee grote huizen koopt in de 'Lange Nieuwstraat' en de 'Korte Klarenstraat' die hij tot één pand verbouwt. Na een aantal kort achtereenvolgende kopen en verkopen belandt het pand in 1641 in handen van Alois du Bois.

Vanaf 1743 beginnen verbouwingswerken aan ‘den Grooten Robijn’ en zal het omgebouwd worden tot ‘Hotel du Bois’. In de jaren 1745-1750 staat architect Baurscheit jr. in voor ingrijpende verbouwingswerken. Ondertussen zijn gedurende twee à drie eeuwen een achttal huizen in het hele pand ‘Hotel du Bois’ ingenomen:

- 3 in de Korte Klarenstraat,

- 2 tussen de Korte Klarenstraat en de Lange Nieuwstraat,

- 2 in de Lange Nieuwstraat

- en later nog 1 in de Lange Neuwstraat.

Het gebouw werd uitgebreid met een grootse inkomhal. De traphal die tot het eerste verdieping  gaat dateert uit het Baurscheit era. De trap is prachtig uitgewerkt. De interieurdecoratie van Van Baurscheit is rond 1800 aangepast in een neorococostijl.

Vanaf 13 juni 1817 wordt het pand gemeubeld  verhuurd als gouvernementshotel.

De Maatschappij tot Begunstiging der Volksvlijt koopt, in 1928, het pand.  Het hotel ondergaat enkele fundamentele veranderingen en bestaat dan uit een huis met binnenplaats, tuin en een achterbouw met stallen en remise.

In 1900 en 1913  breidt de banque d’Anvers zowel links als rechts van het gebouw uit. Het koetshuis aan de Korte Klarenstraat wordt afgebroken en er wordt door Jos Hertoght een nieuwe woning gebouwd met hier weer dezelfde gevel als Lange Nieuwstraat 20 en 24.

Hotel du Bois had verschillende salons rond een binnenkoer en een grote tuin die de woning van het koetshuis scheidde. Veel originele muren op de gelijkvloers zijn in de 20ste eeuw gesloopt voor de creatie van grote open zaal. Op de eerste verdieping is de oorspronkelijke plattegrond van de binnenkoer en tuin nog aanwezig dankzij de gevels. Deze verdieping is tot 1926 een woning gebleven hierdoor is deze ook goed bewaard gebleven.

Op de tweede verdieping zijn de ruimtes aan de Lange Nieuwstraat van grote waarde. Er is nog een houten balk met opschrift 1557 bewaard als bewijs van ‘de Grooten Robijn’.

De burgemeester van Antwerpen, Frans van Cauwelaert koopt het pand in 1926 het pand van Lloyd Royal Belge. Met als doel om hier een aantal diensten in onder te brengen.

Katelijne Vest 55

IN 1900 worden twee panden afgebroken door de gebroeders Baetes en werd het eclectische pand gebouwd. Het gelijkvloers en de eerste verdieping zijn monumentaal . Na een aantal omzwervingen komt het pand terecht bij Dhr. De Meyer die in 1938 de voorgevel van de achterbouw sloopt om de achterbouw te vergroten waarin een bureau met magazijn wordt ingericht.

In 1962 wordt de winkelruimte vergroot door de achtergevel van het hoofdgebouw en achterbouw te slopen en wordt de binnenplaats overdekt. In de jaren 70 en 80 wordt de gelijkvloers helemaal veranderd en in 1988 wordt een aparte privé ingang gerealiseerd.

De eerste verdieping is nagenoeg onaangetast gebleven met mooie rondboofvensters en prachtige medaillons in de gevel. De tweede verdieping is simpel opgetrokken.

Contact: info@hba-events.be   -   +32 (0)477 963342